Ja en nee. Het is vooral een kwestie van leeftijd en geslacht. De kans er last van te hebben, is het grootst voor kinderen tussen vijf en twaalf jaar. Daarnaast hebben vrouwen er vaker mee af te rekenen dan mannen, vooral als ze jonger zijn dan dertig jaar. Behoor je niet tot die categorieën, dan kun je zeggen dat je pech hebt. Maar wees gerust: je bent niet alleen. In bepaalde omstandigheden wordt iedereen reisziek.
Zelfs de oude Grieken, Vikings en astronauten
In de ruimte krijgt 80 procent van de astronauten er last van. Duizeligheid, misselijkheid, braken: ze kennen het fenomeen bij ruimtevaartorganisaties als NASA en ESA. Reisziekte wordt er uitgelokt en bestudeerd in gespecialiseerde centrifuges, waarin proefpersonen worden blootgesteld aan artificiële zwaartekracht en draaibewegingen. Bij andere experimenten plaatst men mensen op een stoel met een ronddraaiende, zwart-wit gestreepte capsule op hun hoofd. Tien tot vijftien minuten van die behandeling volstaan om iemand braakneigingen te bezorgen. Om te ondervinden hoe reisziekte voelt, is een draaistoel eigenlijk al voldoende: beweeg het hoofd ritmisch op en neer tijdens het ronddraaien en… bingo! De combinatie van al die bewegingen zorgt voor zogenaamde corioliseffecten en die zijn heel provocerend voor het evenwichtssysteem, met misselijkheid tot gevolg.
Eigenlijk gaat het hier niet echt om een ziekte, maar eerder om een soort van normale overgevoeligheid voor bepaalde bewegingen. Die kan voorkomen bij elke vorm van beweging of transport die we niet zelf voortbrengen: als we ons verplaatsen met de wagen, de boot, de trein, het vliegtuig of de ruimteraket. De wetenschappelijke benaming is trouwens 'kinetosis', waarin we het Oudgriekse werkwoord 'kinein' of 'bewegen' herkennen. Echt nieuw is het ook al niet. Hippocrates beschreef in de vijfde eeuw voor onze jaartelling al gevallen van zeezieke scheepslui. De medische term 'nausea', misselijkheid, bevat duidelijk het woord 'naus', Grieks voor 'schip'. Een aantal eeuwen later bleken de Vikings er ook niet immuun voor.
Er is geen ontsnappen aan
Het zit met andere woorden in ons. En meer bepaald tussen onze oren, of beter gezegd in onze binnenoren waarin het evenwichtsorgaan zit. We noemen dat een orgaan, maar het is eigenlijk een complex systeem van kanalen, vocht en haartjes die versnellingen en veranderingen van richting signaleren. Ook onze ogen, gevoelszenuwen, spieren en gewrichten staan in voor het verzamelen van informatie over onze positie en bewegingen. Al die informatie komt terecht in het evenwichtscentrum in onze hersenen. Die leren daaruit hoe we ons bewegen en hoe we ons verhouden tot de ruimte. De hersenen vormen zich zo een intern beeld: ze weten dat we in een auto zitten wanneer onze ogen signaleren dat het landschap beweegt, of wat de druk op onze rug betekent wanneer we opstijgen in een vliegtuig. Maar onze hersenen slaan alarm als ze te maken krijgen met tegenstrijdige informatie.
Wanneer we in de wagen op de achterbank zitten zonder naar buiten te kijken omdat we bijvoorbeeld aan het lezen zijn, laat ons lichaam weten dat we in beweging zijn: het voelt de versnellingen en rotaties, maar onze ogen vertellen een ander verhaal, namelijk dat we rustig lezen en dus niet bewegen. Dat veroorzaakt een conflict in de hersenen, aldus de zintuigenconflicttheorie.
Aan die theorie heb je natuurlijk niet veel wanneer je misselijk uit het autoraam hangt. Vaak is stoppen de meest doeltreffende remedie tegen reisziekte. Transport maakt ondertussen deel uit van ons dagelijkse leven en op de grond gaan liggen met de ogen dicht is niet altijd mogelijk. Gelukkig zijn er zinvolle tips, zoals goed naar buiten kijken zodat je meteen ziet wat je lichaam voelt. Zelf aan het stuur gaan zitten in de auto helpt omdat je dan een perfect overzicht hebt en kunt anticiperen op wat er gaat gebeuren. Dat helpt enorm om de zaak onder controle te houden. Bij boten is de beste plek ergens in het midden omdat die het minst beweegt en je kunt ook het best nog in de lengterichting van de boot kijken, dus naar de boeg. In vliegtuigen is de beste plek aan het raam, omdat je dan heel goed in de gaten kunt houden hoe het vliegtuig beweegt. Als je ziet hoe je beweegt, gaat het al een pak beter.
Door training leren we bij
Al die middelen brengen wel verlichting, maar echt 'genezen' doen ze niet. Gelukkig wennen we er meestal wel aan. Dat is ook de reden waarom men er op twaalf jaar meestal minder last van krijgt. De hersenen leren bij, waardoor de misselijkheid ook afneemt. Elke vorm van transport vermijden om reisziekte tegen te gaan, is daarom geen goed idee. Trouwens, ook bij astronauten in de ruimte neemt reisziekte na enkele dagen af door gewenning.
Bij de eerste bemande ruimtereizen in de jaren 1960 lagen astronauten vastgegespt in hun stoelen. Pas toen men kennismaakte met gewichtloosheid bij het bewegen in de capsule dook de ruimteziekte op. Zich oriënteren is in de ruimte ook extra complex. In de ruimte is er niet echt een boven en onder, en dat verklaart ook waarom de meeste astronauten vatbaar zijn voor reisziekte in de ruimte. Het goede nieuws is dat een paar dagen in de ruimte blijkbaar voldoende training zijn voor de hersenen: de symptomen nemen af. Dat is ook de reden waarom astronauten zich pas na enkele dagen mogen wagen aan een ruimtewandeling.
Alles bij elkaar moeten die misselijkheid en dat braken toch ergens goed voor zijn, als dat evenwichtsorgaan door de mazen van de evolutieleer is gekropen. Stel nu dat er echt iets mis is met je evenwichtsorgaan, dan kun je niet op een stabiele manier bewegen. Dus kun je ook niet vluchten. Blijven waar je bent, is dan belangrijk om te overleven. En de misselijkheid helpt daarbij. Bij reisziekte kun je zeggen dat de hersenen 'loos alarm' slaan. Maar kun je ze dat verwijten? De auto en het vliegtuig zijn in de evolutie van de mens zeer recente transportmiddelen. Bootje varen doen we al ettelijke eeuwen en toch worden we nog steeds zeeziek. Leren we dan echt niet bij? Precies dit feit doet vermoeden dat er een evolutionair voordeel is aan die gevoeligheid: een woelige zee is ook een gevaarlijke zee. Je zou kunnen zeggen dat ons lichaam aangeeft dat we maar beter meteen aan wal gaan.
Onze hersenen hebben geleerd dat conflicterende informatie wijst op gevaar. Voor alle zekerheid slaan ze alarm via die futloosheid, duizeligheid, misselijkheid: een signaal dat niet mis te verstaan is. Daardoor zijn we letterlijk verplicht om ons koest te houden.
Veel vragen …
Ook over het braken stellen wetenschappers zich vragen. Men vermoedt dat onze hersenen een verband leggen tussen die conflicterende informatie en vergiftiging. Als onze ogen en ons lichaam twee verschillende dingen signaleren, dan is er gif aan het werk, concluderen onze hersenen die dan overgaan tot de eliminatie van onze maaginhoud. Mogelijk speelt ook het feit dat het evenwichtscentrum en het braakcentrum in ons brein dicht bij elkaar liggen een rol. Prikkeling van het ene kan dan ook prikkeling van het andere tot gevolg hebben. Dat is een beetje te vergelijken met de manier waarop bepaalde geuren soms herinneringen oproepen.
Over reisziekte bestaan nog heel wat vragen. Zo weet men wel dat er een verband is tussen hormonen en de hogere gevoeligheid voor reisziekte bij vrouwen. Of ook dat er een link is met migraine: mensen die last hebben van migraine — vaker vrouwen — worden ook sneller reisziek. Maar over het hoe en het waarom is nog niet alles geweten.
Bovendien wordt onze eigen evolutie continu uitgedaagd door de technologische evolutie. We hoeven ons zelfs niet per se te verplaatsen om reisziek te worden. Bepaalde games en films kunnen ons evenwicht ook aardig verstoren. Onze spieren en gewrichten vertellen dat we rustig neerzitten en ook ons evenwichtsorgaan bevestigt dat alles rustig is. Maar ondertussen melden onze ogen spectaculaire, levensechte bewegende beelden met — letterlijk — misselijkmakende wentelingen. Net het omgekeerde van wat er gebeurt wanneer we bewegen in een of ander voertuig, maar het resultaat is hetzelfde: onze hersenen reageren op conflicterende informatie en we worden misselijk.
Zo verliep de lancering van 'The Hobbit' in 3D niet zonder problemen: mensen kregen last van duizeligheid en misselijkheid. Dat had blijkbaar te maken met een nieuwe techniek waarbij 48 beelden per seconde werden gebruikt. En daar is ons brein blijkbaar nog niet klaar voor. Maar ook bij de film 'Cloverfield', waarbij beelden werden getoond die gemaakt werden door een fel bewegende camera, liepen heel wat kijkers brakend de zaal uit. Een spectaculaire vertoning was dat wel.
Met dank aan Prof. Dr. Floris Wuyts, Antwerps Universitair Research Centrum voor Evenwicht en Aerospace — UA & UZA.